INGENIUM wenst voortrekker te zijn
in het vinden en formuleren van duurzame oplossingen
voor het leef- en werkcomfort in de gebouwde omgeving.

Een verhaal van ingenieurs van vader op zoon.

Ik ben gedreven door een passie om de wereld beter te maken

Nicolas, hoe ben je in het bedrijf van je vader Herwig gestapt?

Nicolas Vyncke

Mijn vader ligt aan de grondslag van dit mooie bedrijf, dat hij exact 50 jaar geleden opstartte. Ik heb het geluk gehad om 10 jaar met hem te mogen samenwerken, en over de manier waarop ben ik bijzonder dankbaar. Ik kende het bedrijf natuurlijk al van in de weekend gesprekken met hem toen ik nog in Brussel werkte. Wat doe jij hier eigenlijk, wat gebeurt er hier, wat doen die gasten hier, vroeg ik.

Hij haalde in die tijd tot mijn verrassing 2 grote opdrachten binnen die ik voor onmogelijk geacht had. En ik had beloofd van bij mijn toenmalige werkgever in Brussel mijn ontslag te geven moest hij ze binnenhalen.

Wat motiveerde jouw vader om dit bedrijf op te starten?

Hij was afgestudeerd als ingenieur en wenste voluit zijn beroep als ingenieur uit te oefenen. Hij dacht dit best te kunnen realiseren als raadgevend ingenieur, en koos er dus voor om niet in het familiebedrijf Vyncke te Harelbeke te starten. Er zat hoe dan ook wel ondernemerschap achter.

Welke waarden zaten er achter zijn ondernemerschap?

Het ecologische zat er nog niet in bij het begin.  Het begon als een zeer klassieke business, berekenen en dimensioneren van verwarmingsinstallaties, zeer technisch dus. De achterliggende waarde was: de degelijkheid van de ingenieur. Naar architecten toe was dat echter een ondergeschikte rol. Het technisch gedeelte moest onzichtbaar blijven, het architecturale primeerde.

Maar bij de oliecrisis begin de jaren ’80 kreeg hij het besef: je moet eens zien hoeveel energie onze gebouwen slikken, moesten we nu eens advies geven  over het energiezuinig maken van gebouwen?

Ingenium

Hij startte met een aparte tak, Epsilon. Enerzijds van een bezorgdheid over energie, anderzijds vanuit een strategisch inzicht dat Epsilon als de locomotief kon functioneren als energetisch adviseur: ‘er moet hier stevig geïnvesteerd worden om het gebouw energiezuinig te maken’… waarna we met Ingenium kwamen als de trein die dat allemaal wel zou uitwerken. Hij was dus toen al bezorgd over energiebesparing, en zag, vanuit zijn beroep, daar een opportuniteit om zijn adviesactiviteiten verder uit te breiden.

Er stelde zich toen wel veel meer dan nu een dilemma met architecten: architecten wilden vooral iets moois uittekenen. En het kon hen daarbij niet veel schelen of het ontwerp energiezuinig was.

Vanwaar haalde jij je inspiratie?  Waren er mensen die speciaal geraakt hebben?

Goede vraag. Er is er niet één in het bijzonder, het was een optelsom van veel invloeden (Al Gore, Elon Musk, Serge Degeheldere, Thomas Rau, Gunther Pauli, Jeremy Rifkin, Jeremy Legget, …) en vele kleine dingen.  Een geleidelijk proces, geen eenmalige aha erlebnis.

Ik heb mij altijd afgezet tegen een ingenieurswereld die louter uit ratio bestaat. Ik heb in de humaniora machtig genoten van de antieke en franse literatuur. Ik volgde, tijdens mijn ingenieursstudies, de lessenreeks over de 21ste eeuw, die een meer holistische beeld gaf, en mij deed nadenken over zoveel meer dan technische vraagstukken. Ik ben als ondernemer niet gedreven door het louter economische. Ik haal heel wat van mijn energie en goesting uit het samenwerken met mensen. Dat je mooie dingen kunt doen met mensen door te proberen hun talenten naar boven te brengen.

Tegelijk ben ik een natuurmens, en probeer geregeld door mooie gebieden te trekken (op zee of in de bergen) en kan nieuwsgierig verwonderd genieten van het bezoeken van allerlei plekken in de wereld rondom ons. Ik lees ook enorm veel.

En dan zie en hoor je dat er een probleem is met de klimaatsverandering. En besef je langzaam dat wij middenin dat probleem zitten: 40% van de CO2-uitstoot wereldwijd komt uit de gebouwsector. Moesten we daar nu eens 20% kunnen van afdoen, dat zou veel zijn, dan spelen we een rol.

Een opdracht voor Electrabel in die jaren zette mij nog verder aan het denken. We moesten voor Electrabel onderzoeken in openbare gebouwen of het rendabel was om bestaande mazoutinstallaties om te schakelen naar gasgestookte installaties. We moesten berekeningen maken hoeveel minder energieverbruik en bijhorende kosten er zouden zijn en hoeveel minder CO2 uitstoot. Ik dacht: dat is toch wel een andere insteek dan het puur financiële, dat is toch wel interessant: naar een gebouweigenaar stappen en zeggen: we gaan uw gebouw analyseren en onderzoeken hoe u in de komende 25 jaar minder zult betalen aan energie en tegelijkertijd een beter comfort zult hebben…

Er gebeurde heel wat in die jaren: grote interesse in warmte-kracht-koppelingsinstallaties, hernieuwde belangstelling voor warmtepompen, de eerste grootschalige zonnepaneelinstallaties, de eerste grote windmolens, de eerste energiecongressen… Ik was ongelooflijk nieuwsgierig naar al dat nieuwe, ik ben er bezeten van.

Wat zijn de sleutels van het succes van Ingenium?

We proberen een warme familiale onderneming te zijn met een duidelijke visie en duidelijke waarden, en consistentie in het verhaal dat we brengen.

Duidelijke communicatie over de koers die we willen varen, helpt hierbij. Het feit dat we een belangrijke maatschappelijke rol kunnen spelen in de strijd tegen de klimaatsverandering helpt en is een belangrijke zingevende stimulans. En bovenal, we geloven dat ingenieurswerk mensenwerk is en blijft, en proberen dat in onze dagelijkse bedrijfsvoering waar te maken door heel veel aandacht te geven aan het warmmenselijke aspect.

Dat kan abstract klinken, ligt daar de ware bron van het succes?

Absoluut!

Kan je die waarden benoemen?

We hebben gekozen voor ‘werkwaarden’, om aan te geven dat aan elke waarde moet gewerkt worden.

Ze zijn viererlei:

  • we respect
  • we inspire
  • we share
  • we excel

Respect

Dit is tweeledig. Zowel samenwerken in openheid, verwondering en bewondering met mensen zonder onderscheid naar geslacht, kleur, leeftijd, afkomst. Als dankbaarheid dat we op deze blauwe planeet mogen leven. Wij zijn maar passanten in de geschiedenis. Wij beheren de erfenis van onze kinderen. Respect kan je niet in cijfers uitdrukken, ik denk dat het gewoon een manier van leven en werken is.

Inspiratie en nieuwsgierigheid.

Wij willen geïnspireerd worden, en tegelijk inspireren naar de wereld toe. Ik heb zelf het geluk dat ik niet meer grotendeels operationeel moet bezig zijn. Als ik ergens bij ga zitten, mag ik er eerst naar luisteren, dan kijk ik er naar, en dan probeer ik altijd de 180° andere bril op te zetten, en er anders naar te kijken. En dat is zo tof om die specialisten met hun soms tunnelvisie bezig te zien, en dan met iets compleet anders af te komen. Waarop ze dan naar mij zitten kijken, wat zegt die nu? En dan voel je dat de frank langzaam aan het vallen is, het is misschien niet zo dom wat hij zegt. Wij hebben heel goede ideeën en we willen die ideeën doorgeven. Daarmee komen we aan de derde:

We share

Wij zijn maar een schakeltje in het hele verhaal. Wij willen alles met iedereen delen, wij zoeken continu partnerships. Organisch moeten wij met architecten, opdrachtgevers, andere advisuers, fabrikanten, aannemers, etc… samenwerken, wij kunnen niet anders. Maar wij vinden dat tof en verrijkend. ‘Du choc des idées jaillit la lumière’

We excel

Ingenium consultancy engeneering commissionningIn het westvlaams noemen we dat: wij willen nie geweune zijn, nie geweune mensen, nie geweune projecten, nie geweune samenwerkingen, nie-geweune ideeën. En daarenboven willen we uitblinken in wat we doen, heel goed begrijpen en luisteren wat klanten van ons verwachten, om dan zo doelgericht de juiste antwoorden te formuleren.

Dat leidt er toe dat we keuzes moeten maken. Strategie gaat over wat we niet doen. We kiezen om niet aanwezig te zijn in gewone projecten. Als morgen de zoveelste promotor van het zoveelste appartementsgebouw aan onze mooie kust, komt zeggen: zou je eens een techniek ontwerpen voor 60 appartementen, en deze moetengewoon wettelijk conform zijn, dan zeggen wij neen. Onze mensen willen uitgedaagd worden, zij willen niet 60 keer een zelfde wettelijk conform appartement ontwerpen. We vragen aan onze mensen om met nieuwe ideeën en initiatieven te komen. Wij willen klanten die graag meegaan in het nadenken over nog betere oplossingen, nog verder doorgedreven duurzaamheid. Zij inspireren ons, en wij inspireren hen. Wettelijk conform werken, iedereen kan dat vandaag, dat is geweune. We moeten dus aan onze klanten duwen: heb je daaraan al gedacht, ben je daar al mee bezig geweest, durf je dat doen? Als we dat doen, is het zoveel duurzamer, kan je dat bereiken.

Amai, wel een torenhoge ambitie!

Het gaat over inspiratie.

Blijkbaar is de inspiratie zodanig groot, dat je niet anders kan dan daar ambitieus mee om te gaan.

Ik heb geen enkele persoonlijke cijfermatige ambitie. Dit bedrijf hoeft niet persé 100 man sterk te zijn en eindeloos verder te groeien (hoewel groei wel bijkomende opportuniteiten creëert). Ik wil op het einde van mijn loopbaan niet afgerekend worden op mijn financiële realisaties en op mijn imago van succesvol ondernemer, ik lig daar echt niet wakker van.

Waar ik wél van wakker lig: van toffe en innovatieve projecten, van ideeën in projecten te brengen, van ideeën op te pikken en ze naar onze klanten door te duwen, van respectvolle en inspirerende samenwerkingen met mensen. Ik wil een rol spelen in het verduurzamen van de gebouwde omgeving. En het leuke is – als je zodanig gepassioneerd bezig bent met uw ding, dat die cijfers vanzelf komen. Wij groeien al 10 jaar aan 10% per jaar. Hoe komt dit? Ik weet het niet.

Wat waren de spannende momenten, de momenten van er op of er onder?

Eén van mijn grootste crisissen was mijn echtscheiding. Het was de dag dat de hemel op mijn kop viel. Ik hing compleet in de touwen. Had in niets meer goesting. Maar ik moest zeer vlug reageren. Ik heb deze crisis gedeeld met mijn medewerkers, gezien mij toenmalige echtgenote ook een belangrijke functie had in het bedrijf. En het fantastische was dat op dat moment zovele medewerkers mij persoonlijk zijn komen hun steun betuigen en mij moed zijn komen inspreken. We gaan hier samen door. Ik voelde mij zó gedragen.

Andere moeilijke momenten kwamen als mensen hun ontslag indienden. Als dan onderweg een medewerker waar je in gelooft, om eender welke reden, weggaat, is het slikken. Het ergste was eens een maand waarin 3 mensen ontslag kwamen geven. Toen heb ik ook in de touwen gehangen. Was het bedrijf aan het leeglopen? Zit er hier iets fout? Er bleek geen verband tussen, het was een samenloop van omstandigheden. Maar het heeft ons ook veel sterker gemaakt. Ik heb toen beslist: we moeten onze organisatie zo in elkaar steken dat, als morgen iemand beslist om ons team te verlaten, dan moeten we als organisatie sterk genoeg zijn om dat te kunnen opvangen.

Waardoor ben je die crisissen innerlijk doorgekomen?

De vriendschap met zoveel andere mensen, de steun van familie, vrienden en medewerkers. Achteraf bekeken zijn dat mooie momenten natuurlijk, absoluut. Je probeert in je leven veel te geven, maar dat zijn de momenten dat je terugkrijgt. Je kan dat geven niet op een weegschaaltje leggen.

Zijn er momenteel stevige uitdagingen?

Oneindig veel. Heb je nog 24u tijd?

De wereld is in een razend tempo aan het veranderen (o.m. rond de hele klimaatkwestie), de sense of urgency is bij iedereen doorgedrongen. Daardoor zijn wij meer dan ooit nodig in ons beroep en sector, in tegenstelling tot vroeger. Vroeger waren wij onderaannemers, een noodzakelijk kwaad in een bouwproject. Nu zitten wij in het oog van de storm. Nu zie ik jonge architecten bij ons komen die zeggen: ik wil een duurzaam gebouw maken, kan je ons daarbij helpen.

Komt de esthetiek nu op de tweede plaats?

Ik zeg niet op de tweede plaats, maar vroeger was dat het enige. Mijn vader gebruikt al 30 jaar de term holistische aanpak. Nu beseft men dat esthetiek wel mooi en leuk is, maar er is zoveel meer dan alleen esthetiek, het is niet meer de esthetiek die alles overheerst.

Nu gaat het over: we gaan een goed gebouw maken, en zorgen voor het comfort van de mensen die er in leven en werken. En we gaan zorgen dat dat gebouw er staat met respect voor zijn omgeving,  en dat is zoveel meer. We gaan ook zorgen dat het gebouw tijdens zijn levensduur zo weinig mogelijk impact heeft op zijn omgeving. En als we het dan esthetisch mooi krijgen, is dat tof.

Verder zijn er de uitdagingen in ons beroep zelf.

Een eerste ligt bij het veranderde kijken naar de kost van een gebouw. Vroeger spraken wij van de investeringskost van een gebouw. Nu spreken wij al 15 jaar daar niet meer over, maar over  hoeveel gaat dit gebouw kosten over de totale levensloop van het gebouw. Weet dat de investeringskost slechts 20% uitmaakt van die totale kost. Als je er dan in slaagt om een levensduurkost van 100 naar 90 te reduceren maar je moet daarvoor aanvaarden dat de investeringskost misschien 22 ipv 20 zal zijn, dan besef je dat je impact hebt. We proberen die mindset, ook over te brengen naar onze klanten, maar het is een fundamenteel andere aanpak.

Een tweede uitdaging: de technologie op alle vlakken.

2 weken geleden heb ik een demo gekregen van een ontwerpsysteem dat bijna op Artificiële Intelligentie neerkomt, en dat de berekeningsduur van ons werk terugdringt van 4 weken naar 3 dagen! Ik noem dat revolutionair. Je zegt tegen de computer: dit is hier het gebouw, zorg mij dat het er warm genoeg in is, dat er een verwarmingsinstallatie in komt. Je moet dat dan zelf nog een beetje manipuleren, die software rekent dat uit, en bang, er rolt daar een ontwerp uit. In 2017 hadden we daar nog 4 weken voor nodig.

Belangrijk hierbij is dat onze rol als ingenieur-rekenaar meer en meer verandert naar ingenieur-adviseur. Aanvoelen wat de ‘user experience’ is en tegelijkertijd controleren of de door de rekenkracht gegenereerde oplossing juist is en voldoet aan de gestelde verwachtingen, vraagt een andere invulling van ons beroep.

Ook de technologie in de bouwindustrie zelf verandert in ontstellend tempo. Men is al 5 jaar begonnen met het 3D printen van gebouwen of onderdelen ervan. Met al die technologieën kunnen we de ontwerpkost laten zakken, en tegelijk zo fijn mogelijk ontwerpen. Dan kunnen we komen tot een virtueel model. We gaan kunnen sturen van uit alle fabrieken uit de omgeving waar glas, hout, beton, electronica gemaakt worden. Alles komt toe op de bouwplaats, het juiste materiaal op het juiste moment, om daar misschien robotsgewijs geassembleerd te worden.

Welke consequenties brengt dat allemaal mee voor uw beroep?

Waarom nog naar een ingenieursbureau stappen als de computer het doet? Dat is de existentiële  kernvraag voor ons.

Wat gaan wij morgen doen als software ons beroep overneemt? Wat doe je in een wereld waar je zo snel kan schakelen? Je ziet daar overal opportuniteiten, zeker als je leider bent. Gaan we die overige 4 weken in onze zak steken? Maar de markt komt dat natuurlijk vlug te weten. Ons antwoord: laat de computer maar zijn ding doen, maar er zal altijd iemand nodig zijn die er een ziel moet insteken, die het moet vermenselijken, het op de juiste manier kneden. Dat is dan de nieuwe rol van de ingenieur. Dat doen we nu al, en zullen we in de toekomst nog meer doen.

De ingenieur zal evolueren van cijferaar naar politieker. Wat niet meer werkt is: naar een Raad van Bestuur gaan en het hebben over warmtepompen, WKK, kilowatts, CO2, enz. Als je ingenieurs loslaat, dan maken ze ongetwijfeld  het beste kwalitatieve technologische systeem dat in de wereld bestaat. Maar als de Raad van Bestuur daar zit op te kijken als een hond op een zieke koe, daarin niet geïnteresseerd is, en niet wil betalen, wat dan? Het verwijt dat wij dikwijls krijgen: jullie ontwerpen een Tesla, en wij vragen een Audi.

Maar we moeten vertellen aan mensen: wij willen de wereld beter maken, en u kunt daar een stuk in bijdragen.  Dan ga je de vragen stellen naar hoeveel gaat dat kosten, hoeveel opbrengen? Je gaat het uitdrukken in een taal die beslissingsnemers begrijpen bijv. euro’s, en niet in volts, ampère’s en kilowatts.  Politiek bezig zijn komt neer op heel goed luisteren, de gevoeligheden ontdekken.

In functie van wie daar zit, zult ge uw petje ofwel naar links ofwel naar rechts draaien. Voor de ene is dat kost, voor de andere imago, nog een andere een lange levensduur, of weinig onderhoud of absolute veiligheid.

Hoe kan je keuzen van klanten aanvaarden zonder je eigen idealen op te geven? Je dromen afwegen tegen wat haalbaar blijkt, waar is er draagvlak om stilaan toch stappen te zetten richting onze dromen?

Ja dat is de grote moeilijkheid waar we tegenaan lopen. Wij moeten altijd water in onze wijn doen. We moeten inspireren om zover mogelijk te gaan. We moeten mogen het hele kleurenpallet van de regenboog schetsen. We moeten wat zot zijn om mensen op zotte ideeën te brengen en mensen daarover dan enthousiasmeren. Om dan finaal te landen met de voetjes op de grond met wat er nu echt haalbaar is. Maar ik vind het onze deontologische plicht om net altijd die  stap verder te gaan. Wij praten meestal met mensen die maar een keer in hun leven bouwen, en dan vragen ze zich af wat kan er allemaal? Dan moeten wij de inspiratie zijn. We mogen daarbij echter niet zeggen: de enige auto waarmee je moet rijden is een Tesla.

Wat zal er toe doen om dit bedrijf verder te doen bloeien?

De hele uitdaging van het ondernemen is het enthousiasmeren van een groep mensen. Het enige kapitaal dat we hebben in dit soort bedrijf, zijn mensen. De enige motoren die hier draaien zijn onze hersenen en soms ook onze emoties. De uitdaging is om ingenieurswerk mensenwerk te laten zijn, vooral om mensen hun talenten  te laten ontplooien.

Mensen gaan heel goed mee in uw verhaal als ze er zelf een rol in hebben, en daardoor voelen dat ze mee hebben bijgedragen. De laatste 5 jaar, en ik krijg er soms tranen van in mijn ogen, krijg ik jonge mensen, afgestudeerde ingenieurs, die mij letterlijk zeggen: “ ik besef dat de wereld een probleem heeft, ik ben opgeleid als ingenieur, ik besef dat ik daar iets kan aan doen, en ik zoek een bedrijf dat daarmee bezig is, een bedrijf dat gaat voor die duurzaamheid en het beter maken van de wereld. En ik wil bij u komen werken, omdat ik de wereld beter wil maken”.

Ik vind dit zo mooi, ongelooflijk. 20 Jaar geleden geloofde ik dit ook niet. Toen kwamen mensen om een job te doen als ingenieur, punt. Nu is dat anders. En verder: mensen en generaties veranderen, de wereld verandert, thema’s als work-life balance en zelfsturende teams, en al dat soort dingen duiken op. Hoe krijg je een groep zo gemotiveerd, jaar na jaar, en decennium na decennium, dat ze dit blijven doen?

Wat vergt dit alles van jou persoonlijk, wat zijn je eigen leerpunten?

Ik stel mij die vraag permanent. Ben ik de juiste leider om dit bedrijf naar een goede toekomst te leiden? Het Peter principe waarschuwt dat je op een bepaald moment tegen je eigen grenzen aan kan lopen. Waarom doe ik dit werk elke dag zo graag? Omdat ik elke dag het sublieme zie hoe mensen hun ding kunnen doen in een project.

Als ik eens een tegenslag heb, dan is het enige wat ik dan doe is eens gaan rondlopen in het bedrijf, en gaan vragen: waarmee ben je bezig? “ Ik ben bezig met een duurzaam kantoorgebouw in Brussel” En lukt  het? “ Ja, ik heb een innovatieve oplossing gevonden, we gaan dat zus en zo doen”. Dan denk ik elke keer, wie ben ik om te klagen als ik met zo een fantastische groep van mensen mag samenwerken en hun talenten laten ontplooien?

Wat zijn dan de persoonlijke kwaliteiten die dit werk van jou vergen?

Ik moet er het beste van maken, en ik zie dat niet als een opgave. Maar het vraagt soms veel moed om door te gaan, om een probleem aan te pakken, oplossingen te vinden en veranderingen door te duwen, om te innoveren, goed wetende dat er weerstand en tegenkanting gaat komen. Aan de top is het soms eenzaam. Veel energie heb je daarbij nodig.

Waarvan krijg jij energie?

Ik probeer zeer positief in het leven te staan. Zonder blind of naïef te zijn, is voor mij het glas steeds halfvol. Er gebeuren zoveel mooie kleine en grote dingen waarbij de schoonheid en de puurheid je energie geeft. Ik ben bijv. bestuurder bij Dominiek Savio in Gits. Als ik zie hoe mensen daar in bijzonder moeilijke omstandigheden daar het beste van zichzelf geven, en positief in het leven staan, dan leer je heel snel te relativeren. Mensen geven mij veel energie, en ook ik probeer hen veel energie te geven.

Ik heb een onnozele truc, maar die ongelooflijk goed werkt. Stel ik kom binnen in een vergadering, met een grote glimlach op, het mag zelfs een pijnlijke vergadering zijn. Dan wens ik iedereen energiek een vrolijke goede morgen. Je ziet al direct iedereen opleven en de setting en de toon in de komende 2 uur gaan helemaal anders lopen. Dat is energie denk ik.. Heel anders dan als je binnenkomt met: waarover gaat dit hier?

Moesten er hier mensen bij zitten die jou goed kennen, wat zouden ze zeggen over wat je nog kan leren?

Om te beginnen, wat hoop ik dat ze zouden zeggen? Dat ik mensen inspireer. Dat ze altijd bij mij terecht kunnen, dat ik wil gever zijn van ideeën en energie.
Wat zouden ze minder appreciëren? Dat ik altijd wat te rap wil gaan. Dat als ik een mening heb, ik er zo moeilijk van af te brengen ben. Maar ik denk ook dat mensen dat eigenlijk graag hebben. Dat ze geen leider willen die continu twijfelt. Ik probeer zeer veel te luisteren. Luisteren is een van de belangrijkste aspecten van communicatie.

Maar in een meeting loopt het vaak fout in communicatie. Daarom vraag ik aan het einde van gesprekken: wil iedereen nu herhalen wat zijn afspraak is? Dat werkt hilarisch, iedereen heeft het anders begrepen. Kom, we gaan nog een keer herbeginnen.

Wat is het belangrijkste dat je wil dat de lezers van dit interview meedragen?

Ik ben bezeten en gepassioneerd om mee de wereld beter te maken.

Ik huiver van de weerstand die er op alle vlakken is om naar een duurzame maatschappij te gaan, en die weerstand is dikwijls puur economisch. Er zijn nog teveel gasten die veel geld verdienen met de oude economische wereld en met de oude traditionele en niet-duurzame businessmodellen.

Traditionele denkers zeggen: “het gaat al 50 jaar zo, waarom zouden we dat nu moeten veranderen? De wereld heeft altijd zijn problemen opgelost, al van in de ijstijd, en we gaan dat nu ook oplossen”. Ik vind dat zo fundamenteel fout, omdat het de eerste keer is in de geschiedenis van deze aardbol dat er een duidelijke oorzaak is van de problemen en dat is de mens, wij zijn het, en het kan zwaar fout lopen.

De belangrijkste bottomline om de wereld in beweging te krijgen is economisch. Ik wil tonen dat je succesvol kunt ondernemen juist door de wereld beter te maken. Als we dat kunnen aantonen, dan zal je zien dat zoveel industrieën, business modellen, menselijke gedragingen gaan veranderen, gewoon omdat het minder gaat kosten.

Ik heb zelf drie jaar geleden een elektrische wagen gekocht die enorm veel gekost heeft. Maar bij mijn berekeningen heb ik niet naar de aanschafkost gekeken, die wagen kost mij wel 2 maal de prijs van een directiewagen. Maar na 5 jaar kost hij mij maar juist evenveel (en waarschijnlijk minder). Ik wil het voorbeeld zijn, ik wil tonen dat je kunt succesvol zijn door te springen op die duurzame golf. Er is een transitie bezig in de wereld, gedaan met de fossiele economie.

Ik zie het elke dag gebeuren, en ik zit in het oog van de storm. Ik had in de verste verte niet durven denken dat ik in zo een  boeiende wereld zou terecht komen, en er als ingenieur een rol zou kunnen spelen.

Het is tof om maatschappelijk relevant te zijn.

Nicolas ik dank je voor dit interview vol juiste energie voor de toekomst.

Interview met Nicolas Vyncke van het Brugse studiebureau Ingenium
Vond je dit artikel interessant? Je doet mij een plezier door het te delen:Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Email this to someone
email
Getagd op:        

2 gedachten over “Interview met Nicolas Vyncke van het Brugse studiebureau Ingenium

  • 1 maart 2018 om 14:25
    Permalink

    Wat een bijdrage aan positieve ontwikkeling in deze uitdagende tijd!
    Een gedreven ondernemer die zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt en met kennis van zaken en een ‘vooruit met de geit’ mentaliteit belangrijke stappen zet.

    Ik voel mij zeer verwant.

    Beantwoorden
  • 2 maart 2018 om 11:35
    Permalink

    Zeer goed interview met een inspirerende ingenieur.
    Zo zouden er nog meer moeten zijn!

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *